“Als we uitgingen, keek ik altijd naar de rest. Ging niemand naar huis? Dan bleef ik ook. Eigenlijk was ik vaak al moe, maar ik was bang om saai gevonden te worden. Of om iets te missen.
Hetzelfde met mijn locatie op Snapchat. Die stond altijd aan. Niet omdat ik dat zelf zo graag wilde, maar omdat iedereen dat deed. Pas toen ik het uitmaakte met mijn vriendje besefte ik hoeveel anderen eigenlijk van mij konden zien. Mijn ex wist precies wanneer ik thuis was en stond een keer onverwacht voor de deur. Een andere keer stond hij langs mijn fietsroute. Dat was echt niet fijn. Vanaf dat moment dacht ik: waarom deel ik dit eigenlijk met iedereen?
Nu bepaal ik zelf wanneer ik mijn locatie deel en met wie. De eerste keer dat ik mijn locatie uitzette en eerder naar huis ging, vond ik dat superspannend. Ik durfde het omdat ik het iemand anders uit de groep eerder zag doen. Niemand zei er iets van. En ik vond er zelf ook niks van. Toen dacht ik: misschien letten anderen helemaal niet zo op mij als ik altijd dacht.
Tuurlijk wordt er heus weleens een opmerking gemaakt. ‘Blijf nog effe!’ of ‘Waarom stond je locatie uit?’ Maar na een paar tellen gaat het alweer over iets anders. Er is echt niks veranderd tussen mij en mijn vrienden. Sindsdien gaat het steeds makkelijker om mijn eigen grenzen aan te geven.”


